Veel interieurs voelen onrustig aan, niet omdat er te veel kleur is, maar omdat de kleuren onderling niet goed op elkaar zijn afgestemd. Een doordacht kleurenpalet is de basis van elk geslaagd interieur, of je nu voor rustig of gedurfd kiest.
Kies een vertrekpunt
Begin met één kleur of materiaal waar je zeker van bent: een vloerkleed, een schilderij of zelfs een stoffering. Haal daar de belangrijkste tinten uit en gebruik die als leidraad voor de rest van de ruimte. Zo voorkom je dat je van kleur naar kleur blijft twijfelen.
Werk met een vaste verhouding
Een veelgebruikte vuistregel is zestig procent hoofdkleur, dertig procent secundaire kleur en tien procent accentkleur. Pas je dit toe op muren, meubels en accessoires, dan ontstaat er vanzelf balans, ook als je met meerdere kleuren werkt.
Test in daglicht en kunstlicht
Kleuren ogen anders bij daglicht dan bij avondlicht. Bekijk je gekozen tinten op verschillende momenten van de dag voordat je een definitieve keuze maakt, zeker als het om verf of grote meubelstukken gaat.
Tip: leg stalen van stof, verf en materiaal naast elkaar op de vloer van de betreffende ruimte; dat geeft een veel eerlijker beeld dan losse swatches vergelijken.



